Schaatstop verdient mooi complex

ThialfVorig weekend streek de internationale allroundtop neer in Kolomna, een plaats in het koude Russische land. Veel was daar niet te beleven, maar voor wie er rondliep viel de blik onvermijdelijk op een machtig, groot bouwwerk. Voor de schaatsers was het niet zomaar een bouwwerk. Het was het Walhalla en dat zelfs ontworpen door een Nederlander. De Kometa-hal, zoals de naam van dit gigantische sportpaleis luidt, is een door schaatsers geroemde hal vanwege zijn uitstekende faciliteiten. Het is de jongste overdekte schaatsbaan in de wereld en daarmee meteen de mooiste. De hal bevat niet alleen een hypermoderne schaatsbaan met luchtafvoer naar de zijkanten, maar ook o.a. een krachthonk, warming-up zaal en een zwembad. De Kometa-hal is samen met de hal in Moskou het enige wat Rusland aan overdekte ijsbanen te bieden heeft. Ja, als ze dan een hal neerzetten die Russen, dan doen ze dat wel meteen goed. 150 miljoen euro hadden ze er voor over. Maar staat die Kometa-hal eigenlijk niet op de verkeerde plek? Ik denk dat vrijwel elke plaats in Nederland er wel voor zou tekenen om zo’n gigant aan haar ‘skyline’ te mogen toevoegen. Maar ach, hoe groot Nederland als schaatsland dan ook is, hoeveel kampioenen we jaarlijks dan ook afleveren, investeren in de toekomst van de sport is er in ons zo geroemde schaatsland niet bij.

Investeren in sport
Een soortgelijke hal als in Kolomna is in Nederland niet mogelijk om de simpele reden dat men het financieel niet kan bewerkstelligen. Wij mogen het doen met het inmiddels een beetje achterhaalde Thialf, wat nu nog wel te overzien is, maar in de nabije toekomst gaan we daardoor als schaatsland terrein verliezen. Verliezen ten opzichte van onder andere de Russen, want in tegenstelling tot wat wij niet kunnen bouwen zij er vrolijk nog enkele hypermoderne hallen bij. Rusland blaast het schaatsen nieuw leven in, terwijl Nederland teert op de historie van Thialf en denkt daardoor mee te kunnen blijven fladderen op de vleugels van het verleden. Niets is minder waar, want in de toekomst zullen buiten de Russen ook andere landen bouwwerken uit de grond stampen waar je u tegen zegt en daarmee zullen die landen een inhaalslag gaan maken ten opzichte van het Nederlandse schaatsen. Dan kun je als Nederland schaatsland nog zo groots zijn, nog zo succesvol, men kan niet ontkennen dat enkel en alleen investeren zal leiden tot presteren. Investeren in de sport, de schaatssport, met een nieuwe schitterende hal voor ‘onze wereldtop’, zodat de sterren van vandaag niet de vergeten kampioenen van morgen zullen worden.

Stilstand is achteruitgang
De kampioenen van het heden staan wel stil bij die toekomst. Zo lieten Marianne Timmer en Sven Kramer al een noodkreet horen in hun columns in de Telegraaf en kennen schaatsdeskundigen alle lof toe aan die mooie complexen in het buitenland. Zij pleiten allen voor een ultramoderne schaatshal in Nederland, zodat men als schaatsland de status krijgt die men verdient. De personen die over het geld gaan zijn echter nog niet overstag, zij zijn van mening dat de jaarlasten niet zijn op te brengen. Maar ach, wees eens wat creatief op het gebied van marketing. Nederland is voorloper in het schaatsen op marketinggebied met commerciële ploegen, sportsponsoring en zelfs schaatsers als merk, dan kan men toch ook wel wat bedenken op marketinggebied om een ijshal te bekostigen en deze rendabel te laten zijn? Met een nieuwe hal krijgt de schaatssport in ons zo befaamde schaatsland tenminste de glans die het verdient. De toekomst van het schaatsen zit hem in de inventiviteit en de bereidheid om eventuele risico’s te nemen. Dan moet men als heren gezagsvoerders en geldschieters niet gaan zeiken over jaarlasten. Want zeg nou zelf; we hebben jarenlang, mede dankzij Thialf, de lusten van het schaatsen gedragen, ben dan nu ook eens bereid om de lasten te dragen!