Schaatsnatie

We staan aan de vooravond van het nieuwe schaatsseizoen. Na een winter waarin we de meest succesvolle Olympische Winterspelen ooit voor Nederland mee mochten maken, gaan we nu het postolympisch seizoen in. Het schaatsen blijft in ons land, zeker na het succes op de Spelen, ongekend populair. Sceptici stellen echter dat de schaatssport na de Nederlandse hegemonie in Sotsji mondiaal weinig meer voorstelt. In het buitenland wordt desalniettemin wel degelijk geld en aandacht in het schaatsen gestoken. Simpelweg omdat er Olympische medailles mee te verdienen zijn. Schaatsend Nederland blijft na het succes in Sotsji overigens niet op haar lauweren rusten. We blijven het schaatsen door ontwikkelen met innovatieve sponsorconstructies en commerciële creativiteit. Alles om de voorsprong op de concurrentie in de door ons zo geliefde schaatssport te behouden.

Groot bereik, sterk imago

Het schaatsen is en blijft in ons land enorm populair en kent daardoor een groot bereik. Dat blijkt zowel uit de exposure op sociale media alsmede uit de tv-cijfers. Ruim 14 miljoen Nederlanders keken naar de Winterspelen, wat betekende dat 91% van de Nederlandse bevolking van zes jaar of ouder minimaal vijf minuten gekeken heeft. Het schaatssucces was daar ongetwijfeld de aanjager van. Daarnaast is uit recent onderzoek gebleken dat het imago van het schaatsen erg positief blijft. In de top tien sterkste merken onder sportevenementen vonden we afgelopen jaar vijfmaal een schaatstoernooi terug. Bovendien zijn Sven Kramer (1) en Ireen Wüst (3) samen met Epke Zonderland (2) de drie sterkste merken onder de Nederlandse sporters. Het Nederlandse schaatsen heeft over populariteit dus niet te klagen.

Hollandse superioriteit?

Toch zouden we geen Hollanders zijn als we niet wat aan te merken hadden op ons schaatssucces in Sotsji. De sceptici stelden namelijk dat de rest van de wereld niet meer meedoet in het schaatsen en dat daarom de Nederlandse medailles niet veel voorstelden. In het buitenland begrijpt men niets van deze houding, daar zou men juist enorm trots zijn op dergelijk succes. Er was zelfs nieuwsgierigheid, hoe flikten die Hollanders dat?

Overigens is onze hegemonie in het schaatsen niet raar als je bekijkt dat er genoeg sporten op te noemen zijn waarin een land domineert. Het schaatssucces in Sotsji was voor Nederland wat curling en ijshockey voor Canada waren, rodelen voor Duitsland en langlaufen voor Noorwegen. Daarnaast zochten de buitenlandse schaatsers de schuld vooral bij zichzelf in plaats van dat ze hun falen toewezen aan de Nederlandse superioriteit. Neem als voorbeeld de Amerikanen met hun ‘pakkengate’. Niet erg tactisch om zoiets uitgerekend tijdens de Spelen te moeten ondervinden.

Bezeten schaatsnatie

De schaatssport is in Nederland enorm groot, zeker in vergelijking met het buitenland. Daardoor lijkt het in andere landen minder belangrijk. Toch wordt er in het buitenland wel degelijk geld en aandacht gestoken in de schaatssport. Waarom? Juist omdat er bij de Winterspelen veel schaatsmedailles verdeeld worden. Wil je als land meedoen in het medailleklassement, dan kun je dus niet om het schaatsen heen.

Het Nederlandse volk is al decennialang bezeten van de schaatssport. Net zoals de Canadezen dat zijn van ijshockey en curling, de Noren van langlaufen, de Oostenrijkers van skiën en de Duitsers van rodelen. We zijn een schaatsnatie, de sport zit in onze cultuur en onze wortels. Dat neemt niet weg dat het buitenland wel degelijk aan kan haken. Nederland is ook geen turnnatie, maar we hebben wel Epke Zonderland. Door zijn successen is het turnen in ons land populairder geworden. En wat te denken van Dafne Schippers in de atletieksport? Een schaatsheld in het buitenland kan een dergelijk effect ook teweeg brengen. Het buitenland moet daarvoor wel dringend op zoek naar financiën, faciliteiten en talent. Iets waar wij als schaatsnatie niet over te klagen hebben met 17 kunstijsbanen, maar liefst acht commerciële schaatsploegen en een volle kweekvijver. Die rijkdom is ons echter niet aan komen waaien, maar hebben we weten op te bouwen met behulp van creativiteit, commercieel inzicht en een goede organisatiestructuur.

Voorloper in de schaatssport

We zijn altijd een voorloper geweest in de schaatssport. Zo behoeft de commerciële revolutie die pionier Rintje Ritsma ontkende geen tekst en uitleg. En wat te denken van het feit dat Nederland nooit een groot sprintland was in het schaatsen maar er in Sotsji toch met de sprintmedailles vandoor ging? Dat komt omdat we hebben weten aan te haken. We durfden te specialiseren en gingen sprintploegen opzetten die de lange afstanden links lieten liggen. We durfden te breken met onze cultuur (allrounden en lange afstanden).

Dat kan andersom ook, maar het buitenland durft vooralsnog nog niet te kiezen en te investeren. Zij focussen juist niet op het allrounden en de lange afstanden, omdat wij Nederlanders daarin domineren en ze denken daarin geen kans te maken. Daarom gaan ze maar met zijn allen focussen op de 1500 meter, terwijl daar maar drie podiumplekken te vergeven zijn en de concurrentie vele malen groter is. Wij Nederlanders pakken dat anders aan, wij kiezen liever voor maatwerk. Zo hebben we sprintploegen, vrouwenploegen, marathonploegen en talentenpools. Het buitenland moet daarin creatiever worden en zich anders gaan organiseren. Daar waar mogelijk moeten ze kennis binnenhalen. En wellicht dat wij Nederlanders daar ons steentje wel aan kunnen bijdragen?

Sponsoren en logo’s

Ondertussen gaan wij schaats gekke Nederlanders gewoon door met het naar een hoger plan tillen van onze schaatssport. We blijven de sport en onze schaatsers via creatieve concepten commercieel vermarkten. Zo wist de KNVB het Zuid-Koreaanse merk Fila als kledingsponsor binnen te halen. Fila kroonde zich naar eigen zeggen daarmee tot de koning van het schaatsen. Bovendien haalden zij Sven Kramer binnen als brand ambassador. Het merk Fila kan enerzijds meeliften op Kramers bekendheid in Nederland, maar anderzijds plukt Kramer ook de vruchten van Fila’s positie in de Zuid-Koreaanse markt. Een win-win situatie dus.

Verder hebben KNSB, de Vereniging voor Professioneel Schaatsen en de Atletenvereniging ingestemd met nieuwe gezamenlijke verdienmodellen. Daarbij werd besloten dat er voortaan geen zes maar acht reclamelogo’s over de schaatspakken verdeeld mogen worden. De merkenteams krijgen vier logo’s, bondssponsor KPN krijgt er drie en atleten mogen in samenspraak met hun team één logo zelf vermarkten. Daarnaast gaan de schaatsteams gezamenlijk geld steken in talentontwikkeling. Deze nieuwe overeenkomsten geven het schaatsen een vernieuwde toekomst.

Kansen grijpen

En tot slot was er de komst van Team Lotto NL. Een gecombineerde schaats- en wielerploeg met daarin de schaatsers van het voormalige team BrandLoyalty en de wielerploeg van Belkin. De schaats- en wielerploeg blijven sporttechnisch gescheiden, maar gaan vooral samenwerken op commercieel en organisatorisch vlak. Twee ploegen, één uitstraling dus. Een uniek commercieel concept dat nog veel verder kan worden uitgebreid en enorm veel kansen biedt. Voor de Lotto is het de eerste keer dat het geld steekt in een professioneel sportteam. De Lotto wordt bijgestaan door Jumbo, dat de tweede hoofdsponsor van de ploeg wordt.

Nederland schaatsland heeft de afgelopen zomer dus niet stilgezeten. Met een flinke dosis creativiteit en het weten uit te buiten van het succes in Sotsji is het gelukt om nieuwe sponsoren aan te trekken en nieuwe commerciële concepten in de markt te zetten. Daarmee blijven we het Nederlandse schaatsen innoveren en ontwikkelen. Het schaatsen is dan ook nog lang niet ten dode opgeschreven. Zowel nationaal als mondiaal liggen er nog genoeg kansen. Met de juiste kennis, creativiteit en natuurlijk een beetje geluk kan ook het buitenland weer aanhaken. Sportief succes kent immers vaak een golfbeweging. Een bepaald(e) land of sporter is daarbij een periode erg goed. Nederland is dat nu met schaatsen, maar het is erg moeilijk om structureel aan die top te blijven. Op moment staan we daar echter wel en daar mogen wij, nuchtere Hollanders, best een beetje trots op zijn!

Bronnen: Volkskrant, NuSport en Helden Online

Deze column verscheen eerder op BVVS.nl.