Sport en politiek, ieder zijn vak

Het zal niemand ontgaan zijn dat de 22e Olympische Winterspelen al ver voordat ze zijn begonnen worden overschaduwd door de wereldwijde ophef omtrent de omgang met mensenrechten in het gastland en het homofobe beleid van de regering aldaar. Ruslands negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit is, ook in ons land, al maanden grondig punt van discussie. Het is een goede zaak dat deze politieke onderwerpen openlijk onder de aandacht worden gebracht. Het is alleen storend dat met name politici en media dat iets te vaak over de rug van onze sporters willen doen.

Het aan de kaak stellen van politieke thema’s rondom de Olympische Spelen is niets vreemds, aangezien de Olympische Spelen nu eenmaal het hoogst mogelijke podium ter wereld vormen om de aandacht van de massa te trekken. We zagen dat eerder ook al bij de Olympische Spelen van 2008 in Peking. Bovendien gaan sport en politiek op vele manieren hand in hand en zijn daardoor steeds vaker een publieke zaak van aandacht. Maar sport en politiek mogen dan weliswaar in veel opzichten niet meer te scheiden zijn, toch blijven het afzonderlijke ‘disciplines’. Een politiek statement maken in Sotsji is zeker te verantwoorden, maar de Spelen moeten geen politiek moddergevecht worden. Daar is vanuit sportief oogpunt namelijk niemand bij gebaat en zeer zeker onze sporters niet. Zij reizen met hele andere doelen af naar Rusland, maar worden momenteel ongewild steeds weer in de politieke discussies betrokken.

Het gaat veel verder dan alleen sport

De naam van Ireen Wüst werd de afgelopen maanden regelmatig in verband gebracht met het maken van statements rondom de mensenrechtensituatie in Rusland en de antihomowet in het bijzonder. De schaatsster zelf hield de media wat betreft dit onderwerp zorgvuldig buiten de deur en wimpelde alle interesse af. Juist op het moment dat de rust leek te zijn weergekeerd in huize Wüst riep minister Bussemaker haar naam nog maar eens een keer op de radio. Bussemaker: “Schaatsster Ireen Wüst heeft eerder gezegd dat ze biseksueel is. Als zij in Rusland nou eens een statement zou maken tot de supporters die daar zijn, misschien doe je dan wel meer dan wanneer je één keer een besluit neemt om niet naar Sotsji te gaan.”

In reactie op de uitspraak van Bussemakers verklaarde Wüst in NuSport dat ze beseft dat het een belangrijk probleem is en dat het erg triest gesteld is met de mensenrechten in Rusland. Ze vindt echter niet dat een sporter daar een statement over moet maken. Wüst: “Dit gaat veel verder dan alleen sport, het gaat over politiek en mensenrechten. Waarom moeten de sporters het dan oplossen? Het is toch raar dat een politicus als Bussemaker gaat zeggen dat ik een statement moet maken. Wie doet dan haar vak niet goed?” Wüst gaat in elk geval naar de Spelen om goud te winnen en is daarnaast van mening dat ze niet in haar eentje de wereld kan veranderen. Als het aan haar had gelegen waren de Spelen niet eens toegewezen aan Sotsji, maar bijvoorbeeld aan Salzburg.

Toch was met de reactie van Wüst voor medialand de kous nog niet afgedaan. Onlangs riep Manuel Venderbos in het tv-programma Knevel en Van den Brink dat Ireen Wüst in Sotsji ‘gewoon’ een paar gouden plakken moet winnen om haar sportieve revanche te nemen. En als ze die plakken eenmaal in de tas heeft, dan kan ze misschien ook wel iets zeggen. De uitspraak van Venderbos is typerend voor het gedrag van politiek en media. Zij proberen de sporters voor hun karretje te spannen en aan te sporen om in Sotsji een politiek statement af te geven.

Het gaat in Sotsji om de medailles

Zowel binnen de politiek als in de media wil men dus maar niet inzien dat sporters enkel en alleen naar Rusland gaan voor het najagen van hun dromen en dat zij helemaal niet zitten te wachten om daarbij een politieke taak op zich te nemen. Sporters staan aan de vooravond van het moment waar ze minimaal vier jaar lang naartoe hebben geleefd. Zij willen in Sotsji een topsportprestatie afleveren door het sportieve gevecht aan te gaan met de allersterksten ter wereld en als het even kan daarmee Olympische roem vergaren. Voor de sporters draait het in Rusland om de sport en niet om politieke thema’s, hoe bewust zij zich ook zijn van de ernst van de situatie. Dat blijkt nog maar eens uit de woorden van schaatser Jan Blokhuijsen in Knevel en Van den Brink: “Ik ben in Sotsji om te sporten en ik ben er niet om mijn politieke mening uit te spreken. Ik wil me zoveel mogelijk voor dat soort dingen afsluiten en puur voor de sport gaan, maar ik kan me voorstellen dat dit in Nederland vragen oproept.”

Chef de Mission Maurits Hendriks heeft dat in ieder geval goed begrepen. Hendriks: “Het gaat in Sotsji om de medailles. Het uitdragen van een politiek standpunt veroorzaakt alleen maar rellen die de aandacht daarvan afleiden”. Hendriks zal er in Sotsji op toezien dat er door onze sporters geen excessen worden gepleegd. Dat neemt overigens niet weg dat de sporters niet vrij zijn om een statement te maken. “We waarschuwen de sporters dat zij zich in Sotsji niet te buiten moeten gaan aan protesten. Protest moet kunnen, maar doe het verstandig. Sporters moeten zich bewust zijn van de gevolgen van hun daden en uitspraken. Wij regeren niet, maar bespreken het wel met ze”, aldus Hendriks.

Ieder zijn vak

Het is positief dat politieke thema’s door een evenement als de Olympische Spelen op de kaart worden gezet. Van een sportief evenement moet je echter geen politiek drama maken, en zeer zeker niet over de rug van de sporters. Zij hebben er immers niet voor gekozen om hun sport in Sotsji te gaan beoefenen, voor hen is het om het even waar het grootste sportevenement ter wereld plaatsvindt. Wanneer sporters zich geroepen voelen om een statement te maken dan zijn ze daar vrij in, maar ze moeten niet door politici en media naar voren worden geduwd als politiek drukmiddel. Voor de sporters draait het in Sotsji simpelweg om de medailles. Het aan de kaak stellen van politieke thema’s en uiten van standpunten is van 7 tot en met 23 februari een taak voor anderen. Ieder zijn vak.

Dit artikel verscheen ook op Sportnext.nl.